Komt er een app die uw contacten traceert en krijgen we die van de grond? Een knullig datalek in een Belgische app en ruzie in een Europees samenwerkingsverband doen het slechtste vermoeden.
'Contact tracing'. In elk exitplan duikt het woord op. Het coronavirus is besmettelijk nog voor u symptomen toont, en dus moet u bij een besmetting de mensen die uw pad kruisten kunnen waarschuwen dat ook zij in quarantaine moeten.
Dat kan manueel, maar is evidenter met behulp van de smartphone, die iedereen bij zich draagt. Smartphones zijn voorzien van bluetooth, dat perfect de afstand tot een ander toestel kan meten. Kwam u te dicht bij een persoon die later besmet blijkt, dan krijgt u een geanonimiseerde melding.
Tot daar de theorie, want het afgelopen weekend werd duidelijk dat de praktijk flink ingewikkelder is. Nederland hield zaterdag 'audities' voor zeven kandidaten die een app voor het land willen gaan ontwikkelen. Binnen nog geen 24 uur liep het al fout.
Bij een van de kandidaten, Covid19-Alert, was er een datalek, achterhaalde RTL. In de broncode van de app was een database met 200 namen, e-mailadressen en versleutelde wachtwoorden gesukkeld. De ontwikkelaar, het Belgisch-Poolse VR-bedrijf Immotef, had een bestand van een andere app per ongeluk mee opgeladen.
Uiterst vervelend, want Covid19-Alert sprak nog geen paar weken geleden ook ambities voor ons land uit. Of het nog altijd in de running is, is niet meteen duidelijk. Verschillende bronnen geven aan dat er nog een vijftal projecten in de besprekingen gehouden worden.
Wanneer de beslissing valt, is niet duidelijk. Het is wel duidelijk dat ook hier de Belgische bevoegdheidsverdeling complex ligt. De federale overheid is in de materie gezamenlijk bevoegd met de deelstaten. Al is te horen dat de federale overheid slechts adviseert, maar de eindbevoegdheid bij de deelstaten ligt. Zij zijn verantwoordelijk voor contactonderzoek bij besmetting.
Slaagkansen
Het datalek bij Covid19-Alert lijkt accidenteel, maar legt de slaagkansen van een app al van bij het begin flink lager. Om effectief succesvol te zijn, zou zo'n app door voldoende mensen geïnstalleerd moeten worden. Virologen en epidemiologen, zoals Anne-Mieke Vandamme van de KU Leuven, schatten dat minimaal 60 procent, en misschiens zelfs 80 à 90 procent, van de bevolking de app moet installeren.
Dat zijn percentages die landen zoals het aanvankelijk fel bejubelde Singapore, dat met TraceTogether de toon zette, zelfs nog niet haalt. TraceTogether heeft ongeveer 1,1 miljoen gebruikers, tegenover 5,5 miljoen Singaporezen. En de Europese lidstaten gooiden het vorige week nog op een akkoordje dat de app best vrijwillig moet zijn.
Europese aanpak
Op de achtergrond speelt nog een tweede, fundamenteler probleem. Er is onenigheid over hoe je de bluetoothtechnologie exact moet organiseren. Dat kwam pijnlijk tot uiting in de Europese PEPP-PT-werkgroep, die nadenkt over een Europese aanpak. Maar er zit een haar in de boter. KU Leuven-prof Bart Preneel, cryptograaf en een van de trekkers, kondigde zondag aan hij de werkgroep verlaat.
Er zou zware onenigheid zijn over de te volgen aanpak: moet die 'centraal' of 'decentraal' zijn? Bij een centrale aanpak verdwijnen bluetoothtokens naar een centrale server, bij een decentrale blijven die op de toestellen zelf. 'Er zijn technische meningsverschillen tussen de Duitsers en de Zwitsers', licht Preneel toe, die zelf voor decentraal kiest. 'Er was ook geen goed beheer of transparantie over de activiteiten.'
0 件のコメント:
コメントを投稿