The next big thing is geland in de Gentse biotechvallei. Agomab is amper vier jaar oud, maakt gebruik van technologie van Argenx en haalt nu 74 miljoen dollar op. ‘Het gaat heel snel.’
Dat een Belgisch biotechbedrijf in één ronde 74 miljoen dollar ophaalt, is uitzonderlijk. En in dit geval des te meer omdat Agomab nog heel jong is en nog geen enkel medicijn op mensen heeft getest. ‘Ik denk dat niemand in België ons dat heeft voorgedaan’, zegt CEO Tim Knotnerus. Ook kleppers als Argenx of Ablynx moesten het destijds, in dezelfde fase van ontwikkeling, met veel minder centen doen.
Agomab moet zijn kunnen nog bewijzen en heeft alleszins nog vele jaren onderzoek voor de boeg. Maar dat investeerders zo’n bom geld op tafel leggen, geeft aan dat Agomab mogelijk een nieuwe goudader in de geneeskunde heeft aangeboord.
We proberen om schade aan het lichaam en organen te herstellen. Als dat lukt, kunnen we een verschuiving in de regeneratieve geneeskunde teweegbrengen.
‘We hebben een aanpak die potentieel heel breed toepasbaar is, in veel ziektedomeinen. We proberen om schade aan het lichaam en organen te herstellen. Als dat lukt, kunnen we een verschuiving in het veld van regeneratieve geneeskunde teweegbrengen. Dat is wat investeerders zo enthousiast maakt.’
Agomab haalde twee jaar geleden al 21 miljoen euro op, bij onder meer het Belgische V-Bio Ventures, de Duitse farmareus Boehringer Ingelheim en buitenlandse durfkapitalisten à la Advent en Pontifax.
Bij de nieuwe ronde heeft het bedrijf voor het eerst ook Amerikaanse investeerders over de streep getrokken: Redmile Group en Cormorant Asset Management. ‘Ze zijn de trekkers van deze ronde en investeren een zeer substantieel bedrag’, klinkt het. ‘Dat zijn investeerders die ambitieus zijn en heel groot denken voor het bedrijf.’
Door de plas over te steken, kan het bedrijf op termijn ook beginnen denken aan een notering op Nasdaq, waar het andere Belgische kleppers als Argenx, Galapagos en Iteos zou tegenkomen. ‘We creëren met deze ronde de optie om een beursgang te overwegen. Met dit type investeerders kan je de sprong gemakkelijker wagen’, zegt Knotnerus.
We hebben voor het eerst Amerikaanse investeerders kunnen overtuigen. Die zijn ambitieus en denken heel groot voor het bedrijf.
Zover is het voor alle duidelijkheid nog niet, maar het potentieel is er. Bij Agomab draait alles rond HGF, hepatocyt groeifactor. Dat is een stof die in ons lichaam aanwezig is en een rol speelt in algemene processen als celgroei, celdeling en overleving. Het is de stof die maakt dat de lever opnieuw aangroeit als je een stuk weghaalt.
Het potentieel in de geneeskunde - voor het herstellen van orgaanschade - is dus al langer bekend, maar er een medicijn van maken bleek niet eenvoudig omdat de stof heel snel afbreekt in het lichaam. Agomab slaagde er met een trucje in - gebruikmakend van de technologie van Argenx - een antilichaam op punt te zetten dat de werking van HGF nabootst en langer werkzaam is dan het origineel.
‘Zo hopen we, als er schade in het lichaam is, nieuw gezond weefsel te kunnen opbouwen en de orgaanfuncties te herstellen. Fibrotische processen - waarbij littekenweefsel op organen ontstaat - bijvoorbeeld kan je met medicijnen misschien wel wat afremmen, maar ze omkeren is nog nooit gelukt. Dat gaan wij proberen doen. In dierenproeven zijn er voldoende aanknopingspunten om te geloven dat het kan. Het aantal patiënten dar je daarmee zou kunnen helpen is enorm. Het principe geldt niet alleen in de lever, ook in de nieren, darmen, longen.’
Het bedrijf zal met zijn product focussen op moeilijk behandelbare auto-immuunziektes, ontstekingsziektes en fibrotische aandoeningen. Verdere details blijven nog even geheim.
Stevige link met Argenx
Om het antilichaam te ontwikkelen, maakte Agomab gebruik van technologie van Argenx. Wat Argenx ermee deed om zijn pijplijn uit te bouwen, doet Agomab in een ander geneeskundig domein. ‘Als we zeer succesvol zijn, dan zal Argenx daarvan meeprofiteren. Dat houdt de wisselwerking in stand.’
De Chief Scientific Officer van Argenx is investeerder bij Agomab. En een van de Argenx-oprichters - Torsten Dreier - is er verantwoordelijk voor het onderzoek.
Er zijn nauwe contacten tussen beide bedrijven. Zo is een van de Argenx-oprichters Torsten Dreier aan de slag bij Agomab. Hans de Haard, Chief Scientific Officer bij Argenx, is zelfs investeerder. ‘En ik beschouw CEO Tim Van Hauwermeiren als mijn mentor’, zegt Knotnerus.
Pipeline in a product
Net als Argenx werkt Agomab aan een ‘pipeline in a product’. Dat wil zeggen met één medicijn verschillende ziektes behandelen. ‘Argenx heeft dat fantastisch gedaan voor een beperkt aantal weesziektes. Wij zien sterke effecten in een heel breed scala aan ziektes. Op papier is het bij ons breder toepasbaar, maar die claim kunnen we nog niet maken. Argenx is bijna op de markt, wij hebben nog niet eens op mensen getest. Dat is ook de upside die investeerders zien.’
Agomab is de laatste preklinische testen aan het afronden, om vervolgens het eerste product - met codenaam AGMB-101 - te testen op gezonde vrijwilligers en daarna op patiënten met een brede waaier van ziektes. ‘Het duurt nog wel een paar jaar voor we resultaten bij patiënten zullen zien, of het werkt en veilig is. Maar met het verse kapitaal hebben we de tijd en de middelen.’
0 件のコメント:
コメントを投稿